Kan een sportpaard in de groepsstalling? Jazeker kan dat. Sterker nog, als sportruiter kan het je veel voordeel opleveren. Het rijden gaat makkelijker omdat je paard beter in zijn vel zit. Hoor ik een ‘maar’? 

Mijn Merlijn staat sinds 2006 in een groepsstal. Hij was door een hoefsmidwissel – zijn vaste hoefsmid lag in het ziekenhuis – al een half jaar vaag kreupel. Na een half jaar knutselen en stappen aan de hand en onder het zadel (hij kreeg ook weidegang en kwam in de molen) dacht ik: dit moet echt anders, nog een half jaar stappen gaat niks opleveren. Voor magazine Bit, waar ik toen hoofdredacteur van was, hadden we een artikel over de groepsstalling van Pferdehof Montferland gemaakt. Ik ging er kijken en zag dat mijn Merlijn in deze stal een scharrelpaard zou worden. Kortom, ik pakte hem in en leverde hem af bij Herman. Korte tijd later liep hij weer helemaal goed. Zijn spronggewrichten waren ook weer mooi dun en dat zijn ze nu, zeven jaar later, nog. Hij werd hoefijzerloos en alhoewel het even duurde voordat zijn hoeven zich herstelden, heeft sindsdien geen hoefproblemen meer. Merlijn is 19, gezond, vrolijk en fit.

Groepsstalling levert paard en ruiter meer voordelen op. Even voor de duidelijkheid: dit  is een uitleg waarbij ik in ga op de vooroordelen en de voordelen van groepsstalling. Zelf ben ik helemaal niet zo’n alternativo. Ik rijd meestal dressuur met een dressuurzadel en gewoon hoofdstel. Maar een blog is voor mij pas een blog als ik een beetje aan de boom kan schudden. Ik ben dus niet tegen paarden in gewone stallen. Wel vind ik dat paarden echt paard moeten kunnen zijn, dus sociaal contact met andere paarden moeten hebben en veel natuurlijke beweging moeten krijgen. Weidegang hoort er in mijn visie bij. Dat kan ook in combinatie met een ruime, frisse box.  Daarnaast vind ik ook dat bij een groepsstal weidegang hoort.

Je kunt ook dit blog overslaan en naar het filmpje waarin Herman ingaat op de vooroordelen over de groepsstal. Het paard dat boven zijn hoofd staat te eten is mijn Merlijn.

‘Maar…  hij krijgt blessures in de groepsstal!’
Hoe denk je dat hij volwassen is geworden? Je paard heeft tot zijn derde of vierde in de wei en vaak ook in de groep(sstal) gelopen. Er zijn gelukkig steeds meer groepsstallen voor jonge paarden. Dus hij kan dit al lang. Loopt hij risico op blessures? Uiteraard. Je zet je paard  in de groep of in de wei met een groep en haalt hem er weer met een blessure uit, dus je denkt: zie je wel, hier komt het door! Maar zet je een paard 23 uur per dag in de stal, dan haal je hem er iedere dag glanzend en heelhuids uit, maar hij krijgt wel op zijn zevende zijn eerste zooltjes, aangepast beslag of supplement om artrose tegen te gaan. Te weinig (scharrel)beweging is een sluipmoordenaar, waar geen bewegingsmolen afdoende tegen helpt. Door veel scharrelbeweging worden de hoeven, benen en spieren sterker. Juist door op onregelmatige bodems te lopen, rennen en stoppen, worden zijn benen hard. Paarden die alleen op egale bodems lopen, zoals op die fraaie gladde dressuurbaan, krijgen juist peesblessures.

‘Maar … er staat een paard met een stalgewoonte in de groep en straks doet die van mij dat ook!’
Wees gerust. Het is bewezen dat paarden geen stalgewoontes van elkaar overnemen. Het is het stalmanagement waardoor meerdere paarden tot een stalgewoonte overgaan. Niet door na-apen.
Alle paarden met een stalgewoonte, die in de stal van Merlijn zijn gekomen, zijn van hun stalgewoonte af. Neem Fair Princess, de Connemara, die sinds een half jaar in de stal gekomen is. Zij weeft niet meer. Luchtzuigers stoppen met luchtzuigen, paarden die altijd met een zuur hoofd op stal stonden, zoals Rock vroeger wel deed omdat hij eigenlijk een beetje bang was, gaan vrolijk kijken, want ze kunnen weglopen als ze zich ongemakkelijk voelen. Is dit altijd zo? Nee, het schijnt niet dat in iedere groepsstal alle stalgewoontes altijd verdwijnen. Ik heb al veel groepsstallingen gezien en vind ze ook nog niet allemaal ideaal, maar vaak wel al erg goed. In mijn stal zijn de paarden ook duidelijk blij. Niet in iedere groepsstal zijn ze dat, vind ik. Volgens mij komt dat omdat er bij ons veel ruimte is. Ze hebben een stal van 30 bij 50 meter, een bestrate paddock die groter is en waar ook nog een ruimte is om te schuilen, en weidegang. Ze scharrelen wat heen en weer. In de zomer staan ze fulltime in de wei.

‘Maar … wij hebben niet zoveel ruimte! Dat kan hier niet!’
Om een argument van Machteld van Dierendonck te gebruiken: ik wil graag een dolfijn, maar ik heb geen zwembad.

‘Maar … onze paarden krijgen ruzie!’
Ja, dat kan. Vooral in kleine groepen vinden niet alle paarden elkaar even aardig. Dat moet je uitfiegelieren, daar is geen standaard antwoord voor. In grote groepen met veel ruimte gaat dat beter. Daar zoeken ze hun eigen vriendjes en kunnen gaan staan waar ze willen. Er zijn grote en klein clubjes, stelletjes en er is een enkel paard dat altijd graag in z’n uppie in de groep staat.

‘Maar … mijn paard kan niet in de groepsstalling. Door zijn gedrag!’
Zijn er paarden die niet in de groepsstalling passen? Volgens Machteld kan dat voorkomen bij paarden die extreem met zichzelf in de knoop zitten, maar dat zie je niet vaak. Het zijn kuddedieren. Ik kwam het in onze stal (50 paarden, de samenstelling is de laatste jaren best gewisseld), nog niet tegen. Bij de meeste mensen die vinden dat hun paard niet in de groepsstal kan, vind ik het meer over de (overbezorgde) eigenaar zeggen dan over het paard.

‘Maar … als je ze voor het eerst in de groep zet, slaat de rest hem!’
Uiteraard moet je ze met beleid met elkaar laten kennismaken. Bij ons komen ze eerst in de wei of de box (4×6 meter) ernaast. En ja, de sociale relaties in de groep moeten bepaald worden. Als dat bepaald is, scheelt het veel rust. Je kunt makkelijk achter- en bij elkaar langslopen in de opzadelruimte en je hoeft ook in het rijden in de bak of tijdens een buitenrit niet bang te zijn dat ze sterk op elkaar reageren, want de sociale relaties zijn al bepaald. Dat is relaxt rijden. En omdat ze zich veilig voelen in een groep, worden ze allemaal relaxter. In onze stal staan paarden die voorheen nooit op buitenrit konden omdat ze te lastig waren of door het lint gingen. Nu rijdt iedereen relaxte buitenritjes.
Zojuist heb ik samen met een stalgenootje in de binnenbak gereden. Na het rijden deed ik Merlijn zijn hoofdstel en zadel af en liet hem even rollen. Los. Hij gaat niet rennen of gek doen, want hij is zijn energie toch al kwijt. Mijn stalgenootje reed gewoon door, haar paard en Merlijn kennen elkaar goed, dus dat paard gaf geen kik. En Merlijn ook niet. Makkelijk he?

‘Maar … wij hebben manegepaarden en het is niet veilig als kinderen ze uit de groep halen!’
Bij onze stal worden de manegepaarden alleen door volwassenen uit de groep gehaald. En in boxen of stands heb je ook paarden waar je geen kind bij in moet sturen.

‘Maar … met volwassen hengsten kan dit natuurlijk niet!’
Hier is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Ja, het kan wel. Dan moeten het natuurlijk wel hengsten onderling zijn, geen gemengde groep. Ik weet verder niet hoe en wat. Probeer google.

‘Maar … mijn paard is te waardevol als sportpaard!’
Vind je? Risico op blessures heb je altijd. Waarom zou je hem dan in een hokje stoppen? Vooral in een grote groep wordt het paard veel meer ontspanner en daarom beter te rijden.

‘Maar … voor wedstrijdrijden is het lastig!’
In de stal van Merlijn staan jonge paarden, manegepaarden, gepensioneerde paarden en paarden die recreatief/natural horsemanship/dressuurmatig/TREC/mennen/western/endurance gereden en getraind worden. En ja, er staan wedstrijdpaarden bij. Omdat onze stal best alternatief is (er is bijvoorbeeld maar eentje met een deken) is wedstrijdrijden bij ons in de winter wel lastig. Ik heb een wolkonijn dat ik soms ’s avonds in een donkere wei moet zoeken met een zaklamp en waar ik dan drie centimeter modder vanaf moet krabben. Er zijn ook groepsstallen die iets minder puur natuur zijn, waar je hem wel met vlechtjes en een dekentje op in kunt zetten. Kijk eens op de site van dressuuramazone Uta Gräf. Die heeft geen groepsstal, maar wel iets dat er dichtbij in de buurt komt. Ze rijdt wereldbekerwedstrijden.

‘Maar … straks krijg ik hem niet meer bij de groep vandaan!’
Als een paard een tijd lang vrij eenzaam heeft gestaan en hij komt dan in de groep, dan wordt dat gillen naar de rest als hij erbij weg moet. Dat schijnt te komen doordat hij bang is zijn zojuist verworven sociale leventje kwijt te raken. Hij voelt zich er veilig. Mijn ervaring is dat het wegtrekt als ze merken dat ze altijd weer in de groep terugkomen.

‘Maar…dan gaat mijn wei kapot!’
Dat is zo. Herman zegt dan blij: ‘kijk! Ze spelen!’ Er is ruimte zat, dus ze hebben een zomer- en een winterwei. Ze zijn net naar de winterweide gegaan en staan nog steeds (het is begin november) gras te eten, aangevuld met hooi en kuil. Over een paar weken is de weide kapot en over nog een paar weken één grote modderpoel. Als de paarden komende zomer in de zomerwei staan, lapt Herman de wei weer op. ‘Zo zijn paarden’, zegt hij dan, en hij haalt zijn schouders op.

Maar… overtuigd?
Kom anders gewoon eens kijken. Of neem een kijkje in een andere groepsstal. Denk hierbij aan onder meer Stal Mansour, de Hartenhoeve, de Maesberg of stal De Burght. Het aantal groepsstallen neemt toe in Nederland. Mooi!

Marjan

Alle reacties op dit blog doen me deugd. Superleuk! Plaatsen op facebook en fora etc graag als linkje.
Op dit blog zit copyright. 

Leandro, de snelste schimmel van Sinterklaas

 

—————————————————

Naschrift 1: twee soorten stress

In een groepsstal heeft een paard minder stress. Er bestaan twee soorten stress: chronische en acute. Chronische stress ervaar je als je schoonmoeder bij je in komt wonen. Acute stress is de tandarts die met een boor boven je ontstoken kies staat. Ook paarden kunnen acute en chronische stress hebben. Acute stress is die gele-banaan ligfiets die in hoog tempo op hem afkomt. Chronische stress kunnen ze onder meer krijgen als ze te weinig voermomenten hebben. Denk dan vooral aan te weinig ruwvoer, wat een maagzweer kan opleveren. Luchtzuigers hebben vaak een maagzweer, als ze gaan luchtzuigen maken ze neurotransmitters aan die de pijn van de maagzweer verlichten. Door een paard de hele dag toevoer tot ruwvoer te geven, zoals bij ons in de groepsstal gebeurt, of door vaak ruwvoer te verstrekken (er is net onderzoek geweest waarbij paarden zes keer per dag ruwvoer kregen, wat een gunstig effect op hun gedrag/mate van ontspanning had) heeft het paard minder last van chronische stress. Op een relaxed paard kun je beter rijden. Zijn prestaties zullen beter zijn. Uiteraard kun je ook in een gewone stal meer voermomenten creëren of ze fulltime van ruwvoer voorzien.

Naschrift 2: lezing welzijn

Dit betoog is de lezing die ik eens gaf op het Groenhorst College in Barneveld, samen met Prof. Dr. Machteld van Dierendonck, Marcel Reijnen van de Dierenbescherming en Jaap Werner, toenmalig voorzitter van de Sectorraad Paarden. De lezingenavond ging over het thema paardenwelzijn. De opdracht was een pittige stelling aan te nemen en die te verdedigen. Mijn thema was ‘groepsstalling is ook geschikt voor sportpaarden’. Ik zou daar zelfs van willen maken: ‘groepsstalling levert het sportpaard en de sportruiter veel voordeel op’. Ik ben geen paardengedragsdeskundige, maar dit opiniërende  verhaal is een combinatie van de kennis die ik opdeed in al mijn jaren als hippisch journalist en de persoonlijke ervaring van mijn paard in deze groepsstal.

———————————————————–

Mijn nieuwste blogs lees  je op Paardvisie.nl!