‘Marjan, wat ik je nog niet verteld had,’ Sylvia kijkt me lachend aan.
‘Nou?’, vraag ik.
‘Laatst was ik in de wei, in het donker. Ik heb dan zo’n lamp op mijn voorhoofd. Ik wou even kijken of Paul weer goed loopt, want hij was wat kreupel. Ik loop de wei in en Merlijn stond daar, vooraan, bij het hek. Als enige.’
Ik zie het voor me. Ik ken Sylvia en haar lampje.
Ze vervolgt haar verhaal. ‘Merlijn was wat onrustig. Ik loop helemaal langs de sloot naar achteren, naar de kikkerpoel. Paul bleek goed te zijn. Dus ik loop terug, staat Merlijn daar nog bij het hek. Hij ziet me, en opeens  viel er een kwartje: die kan me helpen! Hij kwam aanlopen en hinnikte. Huhu, huhuhu, huhu. Hu, huhu. Ik dacht: wat wil hij? Hij wou duidelijk iets. Huhu, huhuhu. Toen begreep ik het. Hij wist niet hoe hij bij de rest moest komen. Ik heb tegen hem gezegd: loop maar met me mee. En ik ben met hem meegelopen langs de sloot naar achteren. Toen hij bij de rest was zei hij nog: bedankt! en hij draafde weg. Helemaal blij.’
Ze doet voor hoe Merlijn naar haar zwaaide. Dat lijkt me sterk, maar de rest geloof ik direct. Ze laat een stilte vallen. ‘Hij is bang in het donker he?’
Ik knik. Merlijn is inderdaad bang in het donker. Fijn dat ik stalgenoten heb die mijn knulletje van 600 kg helpen als ‘ie t even niet meer weet.