Op 1 juni 1994, ergens in een stal aan de Woldweg in Kropswolde, schenkt merrie Felida (v. Wisconsin) het leven aan een zoon. ‘Stop dai mor weer trug’,  moppert de fokker, als hij de enorme bles van het voskleurige veulen te voorschijn ziet komen. Zijn vader zegt niks. Maar als het veulentje er eenmaal is, trekt hij even aan zijn oortjes. ‘Doar kriegn ze mooje groode oorn van’,  legt opa later uit. 

Een half jaar later loop ik die stal in en word verliefd op dat veulentje met die grote bles. Hoe dat ging, lees je hier.
Als hij vier is, overweeg ik om hem te verkopen. Ik had immers twee paarden, en had (per 1 januari 1998) een baan bij paardenmagazine Bit. In de Achterhoek. Pensionstallen zijn duur, dus ik kon maar één paard meenemen en koos de bloedmooie grote en vooral langbenige koffievos Lespida (v. Voltaire x Espida, UTV kamp v. Notaris). Merlijn is voor mij eigenlijk wat te klein.
Het lot besluit anders.
Lespida krijgt in de Achterhoek een ongelukje, gaat terug naar het noorden om volledig te genezen en een nieuw baasje te vinden waar ze gelukkig wordt, en ik haal Merlijn op. Dat was, nadat ik hem heb laten castreren op de Koninginnedag die hij nooit weer zou vergeten. (Ik heb zelf ook een Koninginnedag  die ik  nooit meer zal vergeten, daarover later meer). Als ruin kan hij in de wei met andere paarden, ik wil hem niet als hengst in een hokje hebben. Paarden horen in de wei, vind ik, mét andere paarden. Vandaar.

Van ons tweeën ben ik meer degene met het sportlijf.

Merlijn werd nooit het wedstrijdpaard waar  ik destijds op hoopte. Van ons tweeën ben ik meer degene met het sportlijf. Ik had de keuze: of een paard kopen dat bij mijn ambities (van toen) paste, of mij aanpassen aan wat hij kan. Ik koos dat laatste. Dus werd ik, de fanatieke wedstrijdruiter uit het Groningse, door Merlijn recreatieruiter.
Merlijn heeft altijd een grote impact op mijn  leven gehad. Deze dromer met zijn  korte pootjes werd mijn beste vriend. Door de  jaren heen schreef ik verhaaltjes over hem. Kattebelletjes eigenlijk, maar hoe noem je die over een paard?
Vanaf 2006 was ik hoofdredacteur van Bit. Ik schreef vaak over hem in mijn editorial, mijn voorwoord. Met foto’s erbij van Lonneke Ruesink, zoals deze. Op die stukjes kreeg ik altijd leuke reacties. Wat niemand  wist is dat veel van die verhaaltjes privé waren, dat ik daar dus al jaren aan schreef. Ik  noemde ze eerst ‘Merlijntjes’, later bedacht ik dat ‘Stal 13’ leuk zou zijn als titel – naar het boxnummer waar hij in stond in zijn pensionstal – maar dat past niet meer, want hij woont nu in Etten en heeft een binnenvilla zonder huisnummer.
Sinds 2013 ben ik weg bij Bit. Ik vond het daarom tijd voor een eigen website. Een website met een bloemlezing (dat kan makkelijk, als je Tulp heet) van de leukste ‘Merlijntjes’. Qua tijdlijn staan ze kriskras door elkaar heen, dus je merkt ook hoe anders ik paarden ben gaan zien door de jaren heen.

Lees over Merlijn, de vos zonder noemenswaardige  sportieve talenten, met zijn grote bles en de kleine oortjes, die, als opa er niet aan had getrokken, vast nog kleiner waren  geweest.

Wees welkom in de roze wolk van Merlijn, mijn vriend.

Veel leesplezier!

Marjan Tulp