‘DIE?’, schreeuw ik in haar richting. Met mijn vinger wijs ik iemand aan die vlak voor het podium staat. ‘FUUUUUCK YOUUUUUUU ALLLL! krijst de zanger. Hij steekt zijn rechterarm in de lucht, pink en wijsvinger omhoog. Het publiek joelt en steekt ook massaal de hand met twee opgestoken vingers in de lucht. Mieke schudt haar hoofd. Ze schreeuwt terug. ‘NEE, DIE NIET. TE RAFELIG RANDJE.’
‘DAT BLAUWE HAAR EN DIE KONIJNENTANDEN VIND IK ANDERS WEL WAT HEBBEN’, probeer ik nog, tegen beter weten in.
Plop. Mieke trekt een oordop uit haar oor en buigt haar hoofd nog wat naar me toe. ‘WAT ZEI JE?’
‘DAT IK DIE VROUW MET DAT BLAUWE HAAR EN DIE KONIJNENTANDEN JUIST WEL WAT VOND HEBBEN’, herhaal ik.
‘ YOUR MOOOOOTHER KNOWS BEST!’ krijst de zanger weer.
Wederom schudt Mieke haar hoofd.  Nu resoluter. ‘NEE, IK MOET WEL IETS KUNNEN MAKEN VAN HAAR. EEN RAFELIG AURA IS GEWOON LASTIG. HET IS EEN TE SMALLE BASIS.’
‘OH JA, NU ZIE IK HET OOK. GELUKKIG HEBBEN WE KEUZE GENOEG’, zeg ik, om me heen kijkend.
‘THERE IS NO TRUST IN THE WORLD!!!!! THERE CAN NEVER BE TRUST IN THE WORLD. DIDN’T YOUR MOTHER TELL YOU???’
Mieke doet haar oordop weer in. We kijken om ons heen. Karakterkoppen genoeg op dit Metal festival. Naast haakneuzen, puntkinnen en flaporen zien we groeven, rimpels en wallen te over. Geen kop is gelijk en geen van allen ziet er fris en fruitig uit. Het enige dat overeenkomt is de kleur van hun kleding, die zonder uitzondering zwart is. Met dergelijke mensen behaalt Mieke de mooiste resultaten. Er valt wat aan ze te sleutelen. ‘DEZE MUZIEKSOORT TREKT ECHT VREEMDE VOGELS AAN,’ roep ik in haar richting. ‘DAT IS PRAKTISCH. LATEN WE ER DRIE DOEN VANDAAG, IK WIL HET GRAAG GOED LEREN.’
‘DO YOU WANT TO HEAR OUR NEW SONG????’
Dan zie ik een man met lang sluik haar. Het is achterover gekamd en valt op zijn schouders. Het staat hem niet. Hij is er te oud voor. Wat ooit inhammen in zijn haar waren, is inmiddels een aan de voorkant kaal hoofd geworden. Zijn blik is wazig. Ik trek Mieke aan haar arm. ‘DIE DAN?’
‘RULES ARE FOR SUCKERS! YOU ARE ALL SUCKERS IF YOU LIVE BY THE RULES!’ Het publiek joelt weer.
Ze draait haar hoofd en tuurt in de groep mensen voor ons. De hoofden schudden onelegant van achter naar voor op het ritme van de muziek. ‘BEDOEL JE DIE ENE MET DIE GROTE BLOTE BUIK EN DAT ZWARTE LEREN VEST?’
Nu schud ik mijn hoofd. ‘JA, DIE.’ Ik kijk haar verwachtingsvol aan.  Nu kan ik er niet echt naast zitten.
‘I WANT YOU ALL TO HATE THE GOVERNMENT!’
Haar gezicht fleurt op. ‘OH, DIE IS GESCHIKT! MOOIE STEVIGE BLAUWE RAND OM ZIJN AURA.’
‘EN NU?’ vraag ik, blij dat ik het nu goed had gezien.
‘MOETEN WE HEM MEE ZIEN TE KRIJGEN,’ schreeuwt ze, terwijl ze met gefronste wenkbrauwen naar hem kijkt.
Onmiddellijk heb ik spijt dat ik hem heb aangewezen. ‘DAT GAAT NOG NIET MEEVALLEN. HOE GAAN WE DAT DOEN?’
‘THE GOVERNMENT STEALS FROM US ALL!’
Ze wenkt me. ‘KOM!’ We lopen weg bij het optreden. Vlak bij de toiletten is de muziek wat minder hard. We kijken elkaar aan. Verderop hoor ik de weinig zoetgevooisde zanger van de band op het podium nog een revolutionaire kreet krijsen.
Mieke doet haar oordoppen weer uit. Ze heeft blijkbaar een plan. Ze voelt met haar hand in haar rechterzak. ‘Voilà!’ zegt ze, en kijkt opgetogen. ‘Dit had ik meegenomen!’
Ik zie een klein plastic zakje in haar rechterhand. Er zit iets in. Een poeder. ‘Wat is het?’ vraag ik.
‘Het grove spul. Het maakt hem tijdelijk ontspannen en meegaand. Ik ga even bier halen.’ Ze pakt haar muntjes, loopt naar de biertent en gaat in de rij staan. Even later zie ik hoe ze met drie grote, gevulde, bierglazen terug komt. ‘Hou even vast,’ zegt ze.
Ik neem de glazen van haar over. Ze pakt het zakje en strooit het poeder in het ene bierglas. Het lost direct op. Ze laat het zakje op de grond vallen. Het ligt tussen de rest van de klerezooi. Overal staan mensen bier te drinken. Verderop doet iemand nog moeite om met een stok en een prikker zwerfvuil op te ruimen. Onbegonnen werk is het. Er zijn 40.000 mensen in het park. En ze hebben gemiddeld al drie biertjes gehad. Vertrapte plastic glazen liggen overal.
‘We lopen terug naar het optreden, gaan links en rechts van hem staan. Geheid dat hij kijkt naar onze biertjes, want die van hem is al even op. Hij ziet ook dat ik er twee heb. Die ene bied ik hem dan aan. Hij drinkt het op. Dan duurt het een minuut voordat hij gewillig is. Dan neem jij zijn hand en neemt hem mee uit het publiek. Ik loop achter je aan. Gewoon doorlopen naar het hek en dan naar buiten. Wel even een stempel op zijn hand laten zetten, dan kan hij nog weer terug naar binnen als we met hem klaar zijn.’
Ik knik ten teken dat ik het heb begrepen.
‘Kom,’ zegt ze. Ze doet haar oordoppen in en loopt resoluut weer richting het podium met de krijsende zanger en zijn band. Ik volg.
Het lawaai neemt toe naarmate we dichterbij komen. We zeggen niks, maar wurmen ons tussen het publiek door naar voren, tot we bij de man zijn.
‘THANK YOU EINDHOVEN!!’ De zanger rondt net het optreden af.  Hij weet klaarblijkelijk niet dat we in Nijmegen zijn. Het ergert me een moment, dan richt ik me weer op mijn taak.
Ik ga links staan, zij staat rechts. Wat ze voorspeld had, gebeurt. De man heeft al even geen bier meer gehad en kijkt verlangend naar dat tweede biertje in haar hand. Ze kijkt hem aan, lacht, en overhandigt het hem. Hij neemt het aan, brengt het glas naar zijn mond en leegt het in één teug.
Als snel wordt zijn blik nog waziger.
‘SEE YOU NEXT YEAR! BUY OUR CD!’
Terwijl het publiek massaal ‘WE WANT MORE’ joelt, neem ik zijn hand. Ik wurm me door de mensenmenigte terug, en sleep de man achter me aan. Achter hem volgt Mieke. Ze geeft hem af en toe een zetje, zodat hij door blijft lopen. Met stevige pas gaan we gedrieën richting de uitgang. Ik tover de vriendelijkste glimlach die ik in huis heb op mijn gezicht, kijk de beveiliger aan en zeg: ‘Mogen we een stempel? Dan kunnen we straks weer naar binnen.’
Hij zegt niks, pakt de stempel en geeft ons alle drie eentje op de bovenkant van onze hand. ‘Bedankt!’ Glimlach ik hem wederom lieflijk toe.
We lopen door. De donkere paadjes van het park in. De man hobbelt met ons mee. Als we ver genoeg uit zicht zijn, nemen we plaats op een grasveldje. De man gaat braaf zitten. Zijn benen recht naar voren. Hij kijkt een beetje appelig. Ook hier horen we het lawaai van het festival nog. De muziek klinkt vervormd.
‘Kan hij nu praten?’ vraag ik aan Mieke.
Ze schudt haar hoofd. ‘Te verdoofd.’
Ze doet zijn schoenen en sokken uit.
‘Oef’, zeggen we tegelijk. De geur die onze neuzen indringt is niet te harden.
‘Deze heeft het hard nodig,’ mompelt Mieke, terwijl ze zijn linker voet in haar handen pakt.  ‘Dat ruik je. Die geur komt van binnen. Hij is zo verrot aan de binnenkant, dat het gistingsproces is begonnen. We zijn vermoedelijk nog maar net op tijd om dit proces te stoppen.’
Ik kijk toe hoe ze bezig is. ‘Hoe doe je die kleine rechterteen?’ vraag ik haar.
Ze antwoordt terwijl ze doorwerkt. ‘Daar zit een acupressuurpunt onder. Die manipuleer ik met mijn duim.’ De gezichtsuitdrukking van de man blijft wazig. Toch zie je verschil ontstaan. Het eerst in zijn ogen. Ze worden helderder.
‘Mooi hè, voetreflexmassage’,  zegt Mieke met een gelukzalige glimlach op haar gezicht. ‘Je kunt de kosmos-karmaverbinding ermee herstellen.’ Als ze dit zegt slaat ze haar ogen naar boven. ‘Hij krijgt weer een direct lijntje met hierboven. En dat is ook hetgeen het rottingsproces doet stoppen.’
De man kijkt nog steeds wat afwezig, maar de rimpels trekken uit zijn gezicht, zijn wallen worden zienderogen kleiner en zijn ogen verzachten. Zelfs zijn haar valt nu golvend op zijn schouders.
Ik kijk naar Mieke. ‘Wat mooi toch dat je dit kunt bereiken met voetreflexmassage. Ik hoop dat ik snel klaar ben met mijn opleiding. Ik wil het wel anders doen dan jij. Ik wil met terminale mensen werken. Had ik je dat al verteld? Daar kun je ook zulke mooie resultaten mee bereiken. Ze zijn al te ver heen om het rottingsproces nog om te keren, maar je geeft ze wel wat meer tijd op aarde.’
Terwijl ze de rechtervoet van de man behandelt met haar knokkels, kijkt ze me aan en zegt: ‘Ik hoef er geen geld voor te hebben, daarom kan ik mensen helpen waarvan ik denk dat ze het nodig hebben. Ik zoek ze actief uit. Jij moet er straks wel van leven. Dus je moet echte patiënten hebben en geld vragen voor je diensten. Weet je wel zeker dat je met terminale mensen wilt werken? Ik bedoel: heb je er al over nagedacht hoe je de wanbetalers gaat benaderen? Als ze niet snel genoeg betalen, zijn ze er niet meer.’
Geschrokken kijk  ik haar aan. Daar had ik nog niet over nagedacht.
‘Klaar!’ zegt ze. Ze trekt de man zijn schoenen en sokken weer aan, helpt hem overeind, neemt zijn hand, kijkt me aan en zegt: ‘Kom, we brengen hem terug. Hij gaat zich hier niks van herinneren, maar hij gaat hier zoveel profijt van hebben. We gaan gelijk op zoek naar een nieuwe. Die mag jij doen, goed? Mooie oefening voor je.’